Feiten en context
● Wanneer de vrederechter een vonnis tot uithuiszetting van een huurder uitspreekt, zal een gerechtsdeurwaarder dit uitvoeren. De huurder heeft dan 1 maand de tijd om de woning te verlaten, vanaf de betekening van het vonnis door de deurwaarder.
○ De goederen die zich bij de uithuiszetting nog in de woning bevinden, zal de deurwaarder ter plaatse analyseren:
■ de waardevolle goederen neemt de deurwaarder in beslag om de schuldeisers te vergoeden
■ de overige goederen worden door de verhuisploeg van de gerechtsdeurwaarder op het openbaar domein geplaatst.
○ Wanneer de goederen de openbare weg belemmeren, zal de gemeente ze op kosten van de uitgedreven huurder daar moeten weghalen en deze gedurende een periode moeten bewaren en ter beschikking houden van de eigenaar (de huurder).
● De gemeente is er als wegbeheerder eveneens toe gehouden om roerende goederen weg te halen van de openbare weg om veiligheidsredenen of omwille van het gemak van doorgang en om deze te bewaren, vb. op de openbare weg achtergelaten voertuigen.
● De ruimte die de gemeente als opslagplaats ter beschikking heeft voor in bewaring genomen goederen is beperkt.
Juridische gronden
● De artikelen 41, 162 en 173 van de Grondwet
● Art. 1344quinquies van het Gerechtelijk wetboek
Bij de betekening van een vonnis tot uithuiszetting, als bedoeld in artikel 1344ter, § 1, deelt de gerechtsdeurwaarder aan de persoon mee dat de goederen, die zich na verloop van de wettelijke of van de door de rechter bepaalde termijn nog in de woning zouden bevinden, op zijn kosten op de openbare weg zullen worden gezet en, wanneer zij de openbare weg belemmeren en de eigenaar van de goederen of zijn rechtverkrijgenden die daar achterlaat, door het gemeentebestuur eveneens op zijn kosten zullen worden weggehaald en gedurende een termijn van zes maanden zullen worden bewaard tenzij het gaat om goederen die aan snel bederf onderhevig zijn of schadelijk zijn voor de openbare hygiëne, gezondheid of veiligheid. De gerechtsdeurwaarder bevestigt deze mededeling in het exploot van betekening.
● De artikelen 3.58 en 3.59 van de Wet van 4 februari houdende Boek 3 (Goederen) van het burgerlijk wetboek
○ Art. 3.58 houdt voor de gemeente volgende verplichtingen in
■ de gemeente schrijft de in bewaring genomen goederen in in het daartoe bestemde register en, indien zij de eigenaar kent, nodigt zij deze binnen een maand na ontvangst per aangetekende zending uit om de goederen te komen ophalen.
■ de gemeente is aansprakelijk voor de bewaring van de zaken die zij heeft weggehaald, overeenkomstig de bepalingen van de bewaargeving uit noodzaak.
■ als zes maanden sinds de in bewaring neming verstreken zijn, kan, de gemeente te goeder trouw en op een economisch verantwoorde wijze beschikken over de goederen. In twee gevallen wordt van die termijn afgeweken:
● de gemeente mag, zonder het verstrijken van die termijn af te wachten, beschikken over de zaken die vatbaar zijn voor bederf, die onderhevig zijn aan snelle waardevermindering of schadelijk zijn voor de openbare hygiëne, gezondheid of veiligheid
● de verplichte bewaartermijn voor fietsen is drie maanden.
■ als de gemeente na 6 maanden tot verkoop overgaat wordt de opbrengst ter beschikking gehouden van de eigenaar of van zijn rechtverkrijgenden tot het verstrijken van de termijn die nodig is voor de verkrijging bedoeld in artikel 3.59.
○ Art. 3.59. oorspronkelijke eigendomsverkrijging
■ De goederen blijven toebehoren aan hun oorspronkelijke eigenaar. De eigenaar kan de goederen, dan wel de opbrengst ervan, terugvorderen uit handen van de de gemeente. Hij is verplicht de redelijke kosten van bewaring, behoud en opsporing te vergoeden. De gemeente heeft een retentierecht zolang deze verplichting niet is nagekomen.
■ Als de in artikel 3.58 genoemde verplichtingen zijn nagekomen, wordt de gemeente eigenaar van de goederen vijf jaar na de opname in het register van de gemeente.
● Gemeentelijk retributiereglement werken voor derden van 16 december 2025.
● Gemeentelijk reglement op de inning van niet-fiscale schuldvorderingen van 30 januari 2024.
Argumentatie
● Het is een wettelijke verplichting van de gemeente om goederen die ten gevolge van een uithuiszetting op de openbare weg zijn geplaatst op te halen en deze (na inventarisatie) gedurende 6 maanden in bewaring te nemen.
● De wet bepaalt dan dat volgende kosten worden verhaald op de eigenaar van de goederen
○ de kosten voor het weghalen van de goederen
■ o.a. personeelskost, kosten inzet van voertuigen, kosten containerpark
○ de kosten voor de bewaring van de goederen
■ o.a. kosten voor het opstellen van de inventaris, het ter beschikking houden van een opslagruimte en het in bewaring houden van de goederen
● De bewaarplicht die de gemeente heeft voor de goederen die weggehaald moeten worden om veiligheidsredenen en/of omdat deze het gemak van doorgang belemmeren is gelijklopend met de verplichtingen die gelden t.a.v. goederen die op de openbare weg worden geplaatst ter uitvoering van vonnissen van tenuitvoerlegging, zodat ook hier een retributie gerechtvaardigd is.
● Dit reglement heeft tot doel:
○ de wijze waarop roerende goederen die door de gemeente in bewaring worden genomen n.a.v.
■ een gerechtelijke uithuiszetting
■ het weghalen van de openbare weg om veiligheidsredenen of het gemak van doorgang
worden geregistreerd, bewaard, teruggegeven, verkocht, vernietigd of toegewezen.
○ de retributie te bepalen die de eigenaar van de goederen verschuldigd is voor het weghalen van de goederen en de bewaring ervan.
BESLUIT
Eenparig
Artikel 1. - toepassingsgebied
Dit reglement is van toepassing op alle roerende goederen die:
● op verzoek van een gerechtsdeurwaarder of in uitvoering van een rechterlijke beslissing door of met medewerking van de gemeente worden opgeladen op het openbaar domein en die afkomstig zijn uit een woning of gebouw waarvan de bewoner of huurder werd uitgezet en die niet onmiddellijk door de eigenaar of een door hem aangeduide persoon worden meegenomen.
● omwille van veiligheidsredenen of gemak van doorgang moeten weggehaald worden van de openbare weg en in bewaring worden genomen.
Art. 2. - retributie
Voor de periode van 1 oktober 2026 tot en met 31 december 2031 wordt aan de ophaling en bewaring van de goederen vermeld in artikel 1 een retributie gekoppeld.
Het bedrag van de retributie wordt bepaald als volgt:
● voor het ophalen en transport van de goederen een forfait van 100 euro
○ De kosten voor afgevoerd afval die het containerpark aanrekent, worden doorgerekend.
○ De kosten voor het takelen van een voertuig worden aangerekend o.b.v. de factuur van de takelfirma.
● voor de kosten van bewaring, behoud en de administratie verbonden aan opsporing wordt een forfaitair tarief aangerekend van 100 euro per begonnen maand na de uitnodiging om de goederen te komen ophalen.
Art. 3. - retributieplichtige
§1. De retributie is verschuldigd door de eigenaar van de goederen of door zijn rechtverkrijgenden, ongeacht of deze de goederen achteraf ophaalt/ophalen.
§2. Onder eigenaar wordt verstaan:
● de titularis van het eigendomsrecht
● of degene die het eigendomsrecht voldoende kan aantonen.
Art. 4. - betaling
De retributie moet betaald worden binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van het bedrag van de retributie.
De inningsprocedure verloopt conform de bepalingen vastgelegd in het gemeentelijk reglement inning van niet-fiscale ontvangsten (goedgekeurd op 30 januari 2024, met eventuele latere aanpassingen)
Art 5. - inventarisatie
§1. De gemeente maakt bij de inbewaringneming een inventaris op van de goederen.
§2. De inventaris vermeldt minstens:
● datum van de uithuiszetting
● adres van de uithuiszetting
● identiteit van de gekende eigenaar
● beschrijving van de goederen
● toestand van de goederen
● eventuele foto's.
§3. De inventaris wordt opgenomen in een gemeentelijk register. Dit register bevat minstens:
● het uniek dossiernummer
● datum opname
● datum kennisgeving
● datum teruggave, verkoop of schenking, vernietiging
● retributie
Art. 6. - bewaring
§1. De goederen worden opgeslagen op een door het college van burgemeester en schepenen aangewezen locatie.
§2. De gemeente treft alle redelijke maatregelen om de goederen zorgvuldig te bewaren.
§3. De gemeente kan de bewaring weigeren of beperken voor goederen die:
● een gevaar vormen voor veiligheid of gezondheid
● onderhevig zijn aan bederf
● ernstig beschadigd zijn
● afvalstoffen zijn.
Art. 7. - kennisgeving aan de eigenaar
§1. Wanneer de identiteit of het adres van de eigenaar gekend is, wordt deze binnen een maand na de in bewaring name per aangetekende brief uitgenodigd om de goederen af te halen.
§2. De kennisgeving vermeldt:
● de plaats van bewaring
● de procedure voor afhaling
● de verschuldigde retributie
● de gevolgen van niet-afhaling.
Art. 8. - teruggave
De goederen worden teruggegeven aan de eigenaar of zijn rechtsopvolger na:
● identificatie. De gemeente kan elk nuttig bewijs van eigendom opvragen alvorens de goederen terug te geven.
● ondertekening van een ontvangstbewijs
● betaling van de verschuldigde retributie.
Art. 9. - goederen met beperkte waarde of gevaarlijke goederen
§1. Bederfbare goederen, gevaarlijke goederen of goederen die snel in waarde verminderen kunnen onmiddellijk worden vernietigd of verwerkt indien bewaring niet redelijk mogelijk is.
§2. Hiervan wordt een gemotiveerd verslag toegevoegd aan het dossier.
Art. 10. - niet-afgehaalde goederen
§1. Na het verstrijken van de wettelijke bewaartermijn zoals vermeld in artikel 3.58, Boek 3 van het burgerlijk wetboek, kan het college beslissen tot:
● openbare verkoop
● schenking aan een sociale organisatie
● verwerking als afval
● vernietiging
§2. Een eventuele verkoopopbrengst wordt verminderd met de gemaakte kosten.
Art. 11. - verjaring en eigendomsverwerving
§1. De eigenaar kan gedurende een termijn van vijf jaar na opname in het register aanspraak maken op zijn goederen of op de netto-opbrengst van een verkoop.
§2. Na verloop van deze termijn wordt de gemeente eigenaar van de goederen of van de eventuele opbrengst.
Art. 12. - bevoegdheid
Het college van burgemeester en schepenen staat in voor de uitvoering van dit reglement en kan nadere praktische richtlijnen vaststellen.
Art. 13. - in werking treden
Dit reglement treedt in werking op de vijfde dag na de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur.
Dit besluit wordt gecommuniceerd op volgende wijze:
● Gemeentelijke website
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.